'Mogadishu Gevaarlijk? Dat is een misvatting'

By Roman Baatenburg de Jong, Trouw, June 3, 2008

 

MOGADISHU, Somalia – Somalië is een van de grootste conflicthaarden in Afrika. Met ongeveer 200 militairen probeert de Sfrikaanse Unie vergeefs orde te scheppen.

In de haven van Mogadishu ontbreekt op de ’islamitische zondag’ ieder spoor van activiteit. Ook van dreiging. Op de wal staat slechts een groepje jongeren dat in de schaduw van een boeg een houten pallet demonteert. „Het hout verkopen we”, zegt Mohamed Ahmed (25), die in de haven werkt en woont. Heeft hij dagelijks genoeg te eten? „Normaal gesproken drie maaltijden per dag”, zegt de jongen, „maar soms een hele dag niks.” Als Mohamed niets verkoopt, heeft hij geen geld en dus geen voedsel. ’No have no eat’, in zijn eigen woorden.

De afwezigheid van grote dreiging in de haven is mede te danken aan Amisom, de vredesmacht van de Afrikaanse Unie die sinds maart 2007 gestationeerd is in Mogadishu. De ruim 2000 manschappen uit Oeganda en Burundi bewaken enkele strategische plekken, waaronder het vliegveld en het presidentiële paleis en zij verlenen medische zorg. Een tocht onder begeleiding van enkele Amisom-militairen geeft een indruk van de ruïne waarin de stad na zeventien jaar van anarchie – Somalië kent sinds 1991 geen vorm meer van centraal gezag – is veranderd.

Geen gebouw is ongehavend. Hoofdstraten zijn wonderwel geasfalteerd en obstakelvrij  maar veel bebouwing is gereduceerd tot vormeloze hopen puin en stof. Daartussen kuieren mensen op straat, zijn winkeltjes open, wordt er thee gedronken in de schaduw van bomen en rijden ezelkarren met meloenen en zelfs busjes met reizigers. In de meest extreme omstandigheden gaat het leven gewoon door.

Half mei leek een adempauze te zijn ingetreden na het geweld van begin die maand; een leider van de militante islamistische groep Al-Shabaab kwam begin vorige maand om bij een Amerikaanse aanval. De dagen voor en na de aanslag kenden bloedige gevechten. Maar op de rust valt geen peil te trekken. „De situatie kan hier elke twee minuten omslaan”, zegt een Oegandese Amisommilitair. „Erg onvoorspelbaar.” Even verderop is daarvoor een bewijs te zien: de amorfe zwartgeblakerde stalen resten van vermoedelijk een jeep. „Gisteren opgeblazen door de Shabaab”, zegt de Oegandees.

Ondanks de humanitaire verschrikking in het land, die met de maand erger wordt (zie kader), is de persofficier van de Afrikaanse vredesmacht positief gestemd. „We zitten hier al een jaar en ik zie licht aan het einde van de tunnel”, stelt Barigye Bahoku. Maar dat eindeloze geweld dan, dat de stad de status van een van de gevaarlijkste plekken ter wereld heeft gegeven? „Mogadishu gevaarlijk?”, zegt Bahoku fronsend, „dat is een misvatting! Niemand had verwacht dat wij ons staande zouden houden, maar we ondersteunen de mensen. Laatst hielp een van onze dokters bij een bevalling.

De moeder gaf het kind de naam Amisom, waarschijnlijk uit dankbaarheid.” Bahoku doet denken aan de toenmalige woordvoerder van Saddam Hoessein, Mohammed al-Sahaf, die in 2003 staand op de rokende puinhopen van Bagdad meldde dat alles onder controle was. Want begin vorige week was het goed raak voor de zoveelste keer.

Verschillende bronnen meldden dat bij een aanval van opstandelingen op Amisommilitairen minstens tien burgerdoden vielen. Bootsman Mahad is realistisch: „Altijd is er die dreiging van geweld, een bomontploffing, kogels uit een steeg je.” Hij woont met zijn moeder en zus in Mogadishu. „Het leven als vluchteling is slecht, Nairobi is ver weg en duur. We blijven maar.”
 

VN-diplomaten trekken langs vijf grootste brandhaarden van Afrika

Somalië is het eerste onderwerp van gesprek in de toernee van de VN-Veiligheidsraad langs de vijf grootste humanitaire crises van Afrika. Ook Soedan (Darfur), Congo, Tsjaad en Ivoorkust staan op het tiendaagse programma. In Djibouti spraken leden van de V-raad gisteren met de Somalische president Abdullahi Yusuf en zijn tegenstanders in de ARS, de Alliantie voor Herbevrijding van Somalië. Deze gesprekken, die al half mei begonnen onder leiding van een VN-gezant, zijn een klein lichtpunt.

In Somalië woedt een al ruim een jaar een uiterst gewelddadige stadsguerilla, nadat de opmars van door Ethiopische militairen gesteunde regeringstroepen, een einde maakte aan een half jaar van betrekkelijke rust onder het gezag van de Unie van Islamitische Rechtbanken (UIR). Afgelopen jaar ontvluchtten ongeveer 700.000 mensen de Somalische hoofdstad. In het hele land zijn naar schatting een miljoen mensen ontheemd, honderdduizenden wonen als jaren in vluchtelingenkampen in buurland Kenia.